* Tijdens het vacuümdrogen is de druk in de cilinder altijd lager dan de atmosferische druk. Het aantal gasmoleculen is klein, de dichtheid is laag en het zuurstofgehalte is laag. Hierdoor kunnen geneesmiddelen die gemakkelijk oxideren worden gedroogd en wordt de kans op bacteriële besmetting van de materialen verkleind.
Omdat de temperatuur van het natte bestanddeel tijdens het verdampingsproces evenredig is met de stoomdruk, kan bij vacuümdrogen het natte bestanddeel van het materiaal bij lage temperatuur worden verdampt, waardoor drogen bij lage temperatuur mogelijk is. Dit is met name geschikt voor de productie van geneesmiddelen met warmtegevoelige materialen.
* Vacuümdrogen kan het verschijnsel van oppervlakteverharding, dat gemakkelijk optreedt bij drogen met hete lucht onder atmosferische omstandigheden, voorkomen. Dit komt doordat het drukverschil tussen het te drogen materiaal en het oppervlak groot is. Onder invloed van dit drukverschil beweegt het water snel naar het oppervlak, waardoor er geen oppervlakteverharding optreedt.
* Door het geringe temperatuurverschil tussen de binnen- en buitenkant van het materiaal tijdens vacuümdrogen kan het natte bestanddeel zich onafhankelijk verplaatsen en verzamelen dankzij omgekeerde osmose, waardoor het scheidingsfenomeen dat optreedt bij drogen met hete lucht effectief wordt overwonnen.






























